wandelnetwerk

Tuitjenhorn is van oorsprong een langgerekte rug van huisterpen of ‘wallen’, sinds de vroege middeleeuwen opgeworpen met klei en wier. De terpen waren verbonden door voetpaadjes en een tot kade verhoogde kreekoever. Van hieruit werd het omliggende hoogveen in west-oost richting ontwaterd en als akkertjes ontgonnen. Na de middeleeuwen daalde de bodem door inklinking van het veen en steeg het waterpeil – zo ontstonden echte vaarpolders. De boeren moesten overschakelen op veeteelt en de stolpboerderij kwam in zwang. Rond 1900 kwam de tuinbouw erbij en nam de boerenbevolking toe: het lintdorp langs de Selschardijk en Dorpsstraat werd langer. Naast de stolpen, rentenierswoningen en daglonershuisjes verrezen tuinderswoningen, ‘koolboeten’ (schuren voor spitskolen e.d.) en koelhuizen. Na de oorlog kwamen daar nieuwbouwwijkjes bij: Tuitjenhorn groeide steeds meer vast aan nabije buurtschappen en dorpen – met name aan Warmenhuizen.