Startpunt Venhuizen

Vroeger werd Venhuizen wel ‘Veenhusen’ genoemd. Die naam spreekt boekdelen: een huizenbuurt in het veen, en niet bij een vennetje. Dat veen was ontstaan toen de Noordzee het getijdenlandschap niet meer kon overstromen en de wadplaten geleidelijk met een metersdikke laag veen werden overdekt. In de middeleeuwen begonnen pioniers het veen te ontginnen: door sloten te graven. Zo ontstonden lange smalle kavels, doorsneden door dwarssloten. Door die ontwatering klonk het veen in en daalde de bodem. De stijgende zeespiegel en stormvloeden dwongen tot bedijkingen, zoals de Westfriese Omringdijk, hier Zuiderdijk genoemd. In die dijk moesten spuisluizen bij eb het overtollige water in de Zuiderzee lozen. Later kwamen hier windmolens, gevolgd door gemalen.

 

  • Het Ommetje Venhuizen (rood) gaat langs de woonlinten en groene randen van het dorp, over stoepen en voetpaden.
  • De Radjeroute (geel) voert langs de 18e-eeuwse overhaal van de Westerbuurt, in de volksmond ‘Het Radje’ genoemd. Hier werden de boerenschuiten met houten rollers over de weg heen getrokken, van de ene polder naar de andere.
  • De Watermesienroute (paars) is genoemd naar het vroegere stoomgemaal (1916) aan de Zuiderdijk. Deze imposante machine moest drie windmolens vervangen en werd door Venhuizers wel ‘watermesien’ genoemd.
  • De Oosterleekroute (groen) laat een ander stuk van de Zuiderdijk en zijn groene voorland aan het Markermeer zien, om langs de lintdorpjes Oosterleek (boerenlandpad!) en Wijdenes terug te keren.